De gemeente Groningen heeft de intentie om een tram midden door het centrum van Groningen te leggen. In dit gebied staan veel (historische panden) die op enkele meters van de spoorlijnen komen te liggen. Deze woningen zijn veelal niet berekend op (tram)lawaai. Vooral eigenaren van oudere woningen met enkel glas en glas-in-lood ramen moeten forse investeringen doen om geluidsoverlast te beperken. Daarnaast krijgen deze woningen te maken met grondtrillingen die het woongenot aantasten.
In dit document staan de normen en procedures die de overheid moet hanteren om geluidsoverlast te beperken. Bij een tram mag het geluid dus oplopen tot het nivo tussen een Airbus A320 en een Boeing-737
Geluidsoverlast
Voor de ruimtelijke planontwikkeling is het belangrijk om de aanwezige of toekomstige geluidbronnen in relatie tot de huidige of toekomstige omgeving goed in beeld te krijgen. Op basis daarvan kunnen locaties voor verschillende geluidgevoelige bestemmingen in een plangebied worden afgewogen.
Het bouwen van geluidgevoelige bestemmingen in gebieden binnen een geluidzone met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde is alleen mogelijk indien door Gedeputeerde Staten een ontheffing is verleend.
Essentie
- in kaart brengen van geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer, luchtvaart, scheepvaart, industrie, horeca en dienstverlening);
- inventariseren in hoeverre geluidbronnen zich in de nabijheid van (potentieel) geluidgevoelige bestemmingen/gebieden bevinden;
- aanhouden van voldoende afstand tussen geluidbron en geluidgevoelige bestemming. Indien dit tot een knelpuntsituatie leidt, kunnen oplossingen in de maatregelensfeer worden bezien;
- nieuwe geluidgevoelige bestemmingen nabij geluidbronnen buiten de desbetreffende geluidcontouren plaatsen;
- nagaan in hoeverre zich voor geluidgevoelige bestemmingen in de nabijheid van drukke verkeersassen ook problemen ten aanzien van de luchtkwaliteit voordoen (zie ook hoofdstuk luchtkwaliteit);
- in kaart brengen van de stiltegebieden.
Wet- en regelgeving
De basis voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai (alleen voorzover het zones betreft van buiten Nederland liggende luchtvaartterreinen). In de Wet geluidhinder zijn ook de geluidgevoelige bestemmingen benoemd, te weten:
- woningen;
- scholen en overige onderwijsinstellingen;
- ziekenhuizen en verpleeghuizen;
- andere gezondheidszorggebouwen (psychiatrische ziekenhuizen, instellingen voor gehandicaptenzorg, kindertehuizen en dergelijke), met inbegrip van de bijbehorende terreinen voorzover deze bestemd zijn of gebruikt worden voor de in de gebouwen gegeven zorg;
- woonwagenstandplaatsen.
Railverkeerslawaai
Railverkeerslawaai of spoorweglawaai is geregeld in Hoofdstuk VII van de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder spoorwegen (deel 3). De regels voor railverkeerslawaai gelden voor spoor-, tram- en metrowegen. Langs iedere bestaande spoorweg (of tram- of metroweg) bevindt zich een zone, waarvan de breedte is aangegeven op een bij het Besluit geluidhinder spoorwegen behorende kaart.

Tabel: basisnormstellingen
|
Lawaaisoort
|
Voorkeurgrenswaarde voor woningen
|
Hoogste waarde na ontheffing of vrijstelling voor woningen
|
Stiltegebieden en overigegeluidgevoelige gebieden
|
|
Verkeerslawaai
|
|
|
|
|
Railverkeerslawaai
|
57 dB(A)
|
70 dB(A)
|
40 dB(A) - indicatieve norm
|
|
Wegverkeerslawaai
|
50 dB(A)
|
70 dB(A)
|
40 dB(A) - indicatieve norm
|
|
Industrielawaai
|
|
|
|
|
Industrieterreinen
|
50 dB(A)
|
55 dB(A)
|
40 dB(A) - indicatieve norm
|
|
Vergunningplichtige bedrijven
|
Afhankelijk van het type gebied
|
55 dB(A)
|
40 dB(A) - indicatieve norm
|
|
AMvB-bedrijven
|
50 dB(A) of minder afhankelijk van het type gebied
|
Hogere waarde met nadere eis
|
-
|
|
Luchtvaartlawaai
|
|
|
|
|
Grote en militaire vliegvelden
|
35 Ke
|
|
-
|
|
Kleine vliegvelden
|
47 BKL
|
|
-
|
|
Lawaaisporten en evenementen
|
Afhankelijk van het regime, namelijk industrieterrein (bijvoorbeeld permanent crossterrein) of vergunningplichtig bedrijf (bijvoorbeeld schietsportterrein) of van lokale verordeningen (vaak bij evenementen)
|
-
|
|
|
NB: Deze tabel is een vereenvoudigde samenvatting. Voor de exacte normen wordt verwezen naar de wetten. De waarden voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen, wijken enigszins af.
|
|||
Ontheffingen
Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan in bepaalde situaties een ontheffing tot aan de maximale grenswaarde worden verleend (vaststelling hogere grenswaarde). Die vaststelling vindt plaats op aanvraag van de gemeente respectievelijk de provincie via een formele procedure waarop de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. In feite vindt binnen de hogere grenswaardeprocedure de belangenafweging plaats. Voordat een bestemmingsplan waarin geluidbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde voorkomen kan worden goedgekeurd, moet de hogere grenswaardeprocedure zijn afgerond.
Interimwet Stad en milieubenadering
Eind 2005 of begin 2006 treedt de Interimwet Stad en millieubenadering in werking. Via de daarin beschreven procedure - waaronder goedkeuring door Gedeputeerde Staten van de provincie - kunnen voor woningbouwplannen de maximale waarden van de Wet geluidhinder worden overschreden.
2. Maatregelen tegen geluidsoverlast
De oplossingen kunnen bestaan uit:
- bronmaatregelen;
- maatregelen in de overdrachtsfeer (het gebied tussen de geluidbron en de geluidgevoelige bestemming);
- maatregelen bij de ontvanger (de geluidgevoelige bestemming).
Bronmaatregelen
Beperking van de productie van geluid heeft altijd de voorkeur. Bij weg- en railverkeer bestaat dit bijvoorbeeld uit geluidbeperking door aanpassingen in het ontwerp van de (spoor)weg (materiaalkeuze, snelheidsbeperking) of beperking van het aantal verkeersbewegingen.
Bij industrielawaai regelen de geluidvoorschriften in de milieuvergunning de beperking van de geluidproductie. De geluidproductie van de bronnen volgt zoveel mogelijk de stand van de techniek, dat wil zeggen dat de overheid van een bedrijf verwacht dat deze bijvoorbeeld machines aanschaft die zo weinig mogelijk geluid produceren. Het bevoegd gezag kan niet zonder meer beperkingen opleggen aan een geluidruimte die voldoet aan de geluidvoorschriften binnen de vigerende vergunning.
Maatregelen in de overdrachtssfeer
De meest voor de hand liggende oplossing is om voldoende afstand te houden tussen een geluidbron en de geluidgevoelige bestemming. In de praktijk is dat niet altijd mogelijk. Afscherming biedt een oplossing door plaatsing van een geluidscherm of het aanleggen van een geluidwal. Concrete maatregelen kunnen zijn:
- geluidschermen/geluidwallen plaatsen;
- afschermende bebouwing door middel van bedrijfsgebouwen;
- verdiepte ligging;
- afschermende bebouwing door middel van woningen. Dit is alleen mogelijk indien de hogere geluidbelasting van deze woningen wordt gecompenseerd door de bouw van een groot aantal woningen met een lagere geluidbelasting (alleen bij reconstructies van wegen).
Maatregelen bij de ontvanger
Deze maatregelen bestaan uit het aanbrengen van (extra) geluidisolatie aan de gevel van de geluidgevoelige bestemming die de geluidbelasting binnen het gebouw beperkt. Onderzoek hiernaar is vereist wanneer de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Te denken valt aan maatregelen als:
- dubbele (of vlies-)gevels;
- dove gevel.
Dove gevel
Een geluidwerende gevel, meestal zonder te openen delen. Soms zijn te openen ramen toegestaan, mits voldoende geluidwerend in gesloten toestand. Een dove gevel wordt toegepast in een situatie waarin de geluidbelasting op die gevel de toegestane ontheffingswaarde te boven gaat. Het bevoegd gezag kan bouwen op die locatie toestaan mits er bijzondere geluidwerende voorzieningen als een dove gevel worden getroffen en aan de andere zijde van het gebouw een aanvaardbaar geluidniveau heerst.
De consequentie van een dove gevel is dat de ruimte aan de buitenzijde van zo'n gevel niet als ‘buitenruimte’ (tuin, terras, balkon) kan worden aangemerkt. Ook ventilatieopeningen zijn niet toegestaan; ventilatie zal op een andere wijze moeten worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door gebalanceerde ventilatie. Bron: Senter Novem
Niet bouwen ten koste van alles
Hoewel er veel tegen geluidhinder gedaan kan worden, moeten initiatiefnemers en akoestische adviseurs soms ook vaststellen dat er locaties zijn die zich eenvoudig niet voor woningen of andere geluidgevoelige bebouwing lenen. Wanneer er bijvoorbeeld te veel lawaai is aan beide zijden van de woning of de hele omgeving lijdt aan een combinatie van lawaai en slechte luchtkwaliteit, dan is het niet zinvol om de bouwplannen door te zetten. De woon- of werk- of verblijfsituatie zal uiteindelijk een bepaald minimum comfortniveau niet halen, waardoor mensen hier niet willen blijven. Uiteindelijk wacht dan onverhuurbaarheid / onverkoopbaarheid, verpaupering en tenslotte sloop.
Meer info: Duurzaam Bouwen, Senter Novem en een Brochure van het VROM