Klachten over de nieuwe Combino-tram zijn legio. Passagiers klagen over het geschud en de herrie van de tram. Bestuurders krijgen last van hun rug en nek. Hoe erg is het allemaal? Een dagje mee met de tram door de hoofdstad.
Achterin schud je het meest met de tram mee. Een bocht is niet nodig, kleine glooiingen in de tramrails zijn genoeg om het achterste deel, links van de conducteur, flink heen en weer te laten zwabberen.

Dit is de
Combino-tram, het zorgenkindje van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB). Na de haarscheurtjes en de
herrie is de creatie van het Duitse Siemens wederom negatief in het nieuws. Conducteurs en bestuurders zouden zich vaker ziek melden, omdat ze zo door elkaar worden geschud dat ze er nek en rugklachten van krijgen.
In Amsterdam bestaat het grootste deel van de trams inmiddels uit Combino’s. Het GVB had er 140 aangeschaft, toen begin dit jaar de eerste mankementen zich openbaarden. Combino’s in andere steden bleken
constructiefouten te bevatten, waardoor ze na 120 duizend kilometer begonnen te scheuren. Toen werden ook de Amsterdamse trams gecontroleerd en bleken ook daarin piepkleine haarscheurtjes te zitten. De Amsterdamse trams hadden nog niet eens 120 duizend kilometer gereden.
Combino = Geluidsoverlast
Een ander Combino-probleem is de
geluidsoverlast. Een Combino die de hoek omgaat veroorzaakt een
tergend gepiep, wat vele hoekbewoners tot wanhoop drijft. Vooral mensen die bij een eindpunt wonen, waar vaak één grote bocht is, hebben er last van. Maar Vera Slingerland, die aan de Bilderdijkstraat woont, vertelt dat de Combino ook op rechte stukken piept. Lijn 3, 12 en 10 rijden voor haar deur langs. “Je merkt echt het verschil met de oude trams”, vertelt ze. “Het is een hoger geluid, daardoor hoor je het erger.” Het GVB probeert de geluidsoverlast te beperken door smering aan te brengen tussen de rails en de wielen en geluidsdempers aan te brengen.
Lees verder: Nieuw Amsterdams Peil