Website: www.TramGroningen.nl

Overlast door trillingen van tram

Rubriek: Tram Overlast
Bron: TramGroningen.nl
09-11-2007

Indien men een tram door de historische binnenstad wil leggen zal men rekening moeten houden met trillingen die een tram veroorzaakt. Een tram lijkt tegenwoordig immers meer op een trein, dan op een schattig trammetje van 100 jaar geleden. Op dit moment hebben winkels en woningen in de binnenstad van Groningen al te maken met trillingen die veroorzaakt worden door bussen en vrachtwagens. De bodem van de binnenstad lijkt redelijk los, waardoor trillingen zich makkelijk verspreiden.

Trillingen kunnen worden veroorzaakt door wegen (denk bijvoorbeeld aan passerende auto's over klinkerwegen in het stedelijk gebied en over verkeersdrempels), industriële activiteiten (bijvoorbeeld machines die materialen schredderen, breken en zeven kunnen trillingen opleveren, maar ook grote procesen energie-installaties) en bouwactiviteiten (bijvoorbeeld heien). Daarnaast kunnen passerende treinen of trams trillingen veroorzaken. De trilling plant zich voort via de bodem en kan zo mogelijk hinder opleveren bij bebouwing.


overdracht van trillingen
 


De effecten van trillingen kunnen bestaan uit:

  • hinder (trillende ruiten, verschuivend meubilair etcetera);
  • schade aan gebouwen en apparatuur (bijvoorbeeld scheuren in de bouwconstructie en verstoring in het productieproces van bedrijven. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan laboratoria, drukkerijen, fotografische en optische industrie).

Voelbare trillingen treden meestal op in de nabije omgeving van de bron. Op grotere afstanden dan 250 meter van de bron treden vrijwel nooit goed voelbare trillingen op. Rond wegen en spoorwegen is het invloedsgebied veelal kleiner dan deze afstand. Het kritische gebied van (spoor)wegen ligt globaal binnen een afstand van 100 meter vanaf de bron.

De overdracht van trillingen wordt naast de grootte en frequentie van de bron en de afstand ook bepaald door de lokale kenmerken van de bodem (soort grond, lagenstructuur, grondwaterstand en dergelijke) en de specifieke gebouweigenschappen. Afstandsnormen ter voorkoming van hinder of schade zijn dan ook afhankelijk van de specifieke situatie. Dit betekent, dat per geval een gedegen onderzoek zal moeten worden uitgevoerd op basis waarvan maatregelen kunnen worden genomen. Het aspect trillingen is in ieder geval aan de orde als de afstand tussen woonbestemmingen en industriële en/of infrastructurele bestemmingen kleiner is dan 250 meter.

Inventarisatie van trillingen

  • in kaart brengen van potentiële trillingsbronnen;
  • inventariseren van de afstand van trillingsbronnen ten opzichte van woonomgevingen, gebouwen of van trillingsgevoelige apparatuur opgesteld in gebouwen;
  • voldoende afstand aanhouden tussen trillingsbron en trillingsgevoelige bestemming. Indien dit tot een knelpuntsituatie leidt kunnen oplossingen in de maatregelensfeer bezien worden;
  • nieuwe trillingsgevoelige bestemmingen op voldoende afstand van trillingsbronnen plaatsen met inachtneming van de beschikbare richtlijnen.

Beleid, wet- en regelgeving

Beleid
Het beleid in Nederland richt zich thans met name op kennisontwikkeling op het gebied van trillingen en trillingsoverdracht. Te verwachten is dat -uitgaande van de tendens in de rechtspraak- het voorkomen van trillingen als toetsingselement bij de totstandkoming van bestemmingsplannen zal worden opgenomen.

Wet- en regelgeving
In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor hinder of schade door trillingen. Om deze leemte op te vullen zijn in 1993 door de Stichting Bouwresearch (SBR) richtlijnen opgesteld voor trillingshinder of de schade als gevolg daarvan. Van deze richtlijnen is in 2002 een tweede uitgave gereed gekomen. Hierin zijn nieuwe inzichten, alsmede aanpassingen gebaseerd op de meningen van de gebruikers, opgenomen.

De richtlijnen hebben betrekking op:

  1. schade aan gebouwen (Richtlijn 1);
  2. hinder voor personen in gebouwen (Richtlijn 2);
  3. storing aan apparatuur(Richtlijn 3).

De drie richtlijnen geven, mede op basis van de Duitse trillingsnorm DIN4150, aanwijzingen voor de uitvoering van metingen en de beoordeling van meetresultaten. Om schade aan bouwwerken en storing aan apparatuur door trillingen te voorkomen zijn grenswaarden geformuleerd, onder andere voor maximaal toelaatbare trillingsniveaus in woningen. Deze waarden (de trillingssnelheid in millimeter per seconde: mm/s) zijn mede afhankelijk van de constructie van het gebouw (metselwerk, draagconstructie met gewapend beton of hout) en de staat van het bouwwerk. De trillingssterkten om hinder voor personen te voorkomen kennen geen grenswaarden, maar streefwaarden. Die streefwaarden zijn eveneens uitgedrukt in trillingssnelheid: de zogenaamde Vmax. Deze trillingssnelheid kent geen eenheid waarin hij wordt uitgedrukt (hij is zogenaamd dimensieloos), maar het gaat om de zogenaamde effectieve waarden van de gewogen trillingsgrootheid.


Foto: Passerende trams kunnen trillingshinder veroorzaken 
 

Het is algemeen gebruikelijk om de SBR-richtlijnen toe te passen bij de meting en beoordeling van schade en hinder door trillingen, alsmede de SBR-richtlijnen als voorschriften op te nemen in vergunningen. Een uitzondering hierop vormt de beoordeling van hinder in het kader van SBR-richtlijn 2. De streefwaarden in de SBR-richtlijn 2 zijn niet gedifferentieerd naar de aard van de woonomgeving en dat is gezien de jurisprudentie van de Raad van State wel gewenst. Om deze reden is in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van VROM (1998) gekozen voor een systeem van richt- en grenswaarden, dat rekening houdt met een vijftal typen trillingsgevoelige bestemmingen. Voorgesteld wordt om deze Handreiking te gebruiken als beoordelingskader voor SBR-richtlijn 2.

Maatregelen tegen trillingen

Het houden van voldoende afstand tussen een potentiële trillingsbron en trillingsgevoelige bestemmingen is de beste oplossing om trillingsproblemen te voorkomen. Indien voldoende afstand niet mogelijk is, zijn technische oplossingen noodzakelijk. Daarbij moet worden gedacht aan het trillingsgeïsoleerd opstellen van de bron. In kritische situaties is altijd specifiek onderzoek door een trillingsdeskundige noodzakelijk.


© Copyright 2010 by TramGroningen.nl