rails van Randstadrail vertoond een zogenaamde golfslijtage, waardoor het comfort van de reizigers afneemt en de omwonenden last hebben van geluidsoverlast. Daar gaan ze wat aan doen.
Uit een vergaderstuk van Haaglanden is de volgende passage afkomstig:
Golfslijtage
Op grote delen van het spoorgedeelte van RandstadRail van het Beatrixkwartier tot in Zoetermeer is door HTM in het najaar aan de rails z.g. golfslijtage aan de rails geconstateerd. Niet op alle locaties was de slijtage al in vergevorderd stadium aanwezig, maar wel in een beginstadium, wat bij niet corrigeren snel erger kan worden.
Hoewel meetresultaten tot nu toe binnen bestaande onderhoudsnormen vielen, produceerde de golfvorm rijtuigtrilling en trillingsgeluid waardoor er sprake was van minder rijcomfort en geluidsoverlast. Golfslijtage ontstaat op het rijoppervlak van de rail als gevolg van de trillingsfrequentie van de voertuigen.
Hoe deze trillingsfrequentie bij de Regiocitadis ontstaat,is nog niet bekend. Om de overlast en ergere schade te voorkomen is vooruitlopend daarop reparatie noodzakelijk. Golfslijtage neemt door het berijden met trams progressief toe en veroorzaakt:
• verstoring van een goed wielrail contact;
• kopschade aan de rail;
• discomfort voor de reiziger door trillen en geluid;
• discomfort voor de omwonenden door trillen en geluid;
• trillingen in de draaistellen en daardoor mogelijke schade.
Omdat golfslijtage zich progressief ontwikkelt, is het noodzakelijk om de golf zo snel mogelijk mechanisch te verwijderen, door slijpen (bij weinig golf), frezen, of zonodig spoor vernieuwen.
Wegslijpen van golfslijtage op de RandstadRail infrastructuur is een onderdeel van het normale onderhoud. De slijtage die werd geconstateerd gaat de normale omvang te boven.
Van december 2008 tot maart 2009 wordt de geconstateerde golfslijtage volledig verwijderd door slijpen en waar nodig frezen. In december 2008 was het samenlooptraject voltooid. Om te voorkomen dat de golfslijtage in de geconstateerde mate weer ontstaat, zal er in een hogere frequentie preventief worden geslepen. Aan HTM is gevraagd de oorzaak van het ontstaan van golfslijtage te onderzoeken en zo nodig maatregelen ter voorkoming te nemen.
Klachten van bewoners
In de ontwerpfase van het project RandstadRail zijn volgens de (toen) geldende weten regelgeving geluidsberekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen gaven aan dat op bijna alle locaties de geluidsbelasting door RandstadRail zou dalen t.o.v. de Sprinterexploitatie. De Oosterheemlijn is zo uitgevoerd, dat de toegestane geluidsbelastingen niet worden overschreden. De gemeenten hebben ingestemd met de rapportages. In deze berekeningen zijn voor nog onbekende factoren, zoals het materieel, effecten van viaducten, de dienstregeling, snelheden waarmee wordt gereden en type railconstructie, aannames gedaan.
De wet verplicht niet om als het project is gerealiseerd in de praktijk te toetsen of de aannames juist waren. Omdat omwonenden van de RandstadRail-lijn klagen over geluidsoverlast heeft het BORR in 2008 besloten dat er toch onderzoek naar de werkelijke belasting moet worden gedaan en de berekeningen aan de hand daarvan moeten worden geactualiseerd.
De gemeente Zoetermeer heeft daarvoor in Oosterheem en bij Seghwaert geluidsmetingen laten verrichten. Al eerder had Haaglanden in Voorburg indicatieve metingen laten uitvoeren. Uit de laatste meting bleek dat de geluidsproductie van de Regiocitadis valt binnen de aannames die daarover in de berekeningen zijn gedaan.
Uit de indicatieve metingen bleek ook dat de oude metrotreinen van RET meer geluid produceren dan aangenomen voor de voertuigen van de Erasmuslijn. Dat wordt echter gecompenseerd door de lagere frequentie waarmee de Erasmuslijn nu rijdt. Nu de nieuwe voertuigen op de Erasmuslijn in gebruik zijn genomen neemt de overlast af. Om de effecten van het slijpen van de rails ter bestrijding van de golfslijtage te kunnen beoordelen, maar ook op verzoek van bewoners in Voorburg, worden in Voorburg nogmaals metingen uitgevoerd in twee tranches, n.l. voor en na het slijpen van de rails.
De eerste metingen zijn begin december uitgevoerd, de tweede reeks metingen vond in de tweede helft van januari plaats, waarbij ook gegevens van de nieuwe voertuigen van de Erasmuslijn zijn verzameld. Op basis van deze reeks geluidsmetingen zal worden vastgesteld of uitgebreidere metingen nodig zijn, of dat de praktijk zeker binnen de marges van de input van geluidsberekeningen zit. De verwachting op basis van de nubekende informatie is dat uitgebreidere metingen niet nodig zullen zijn. De overige aannames in de berekeningen kloppen niet allemaal met de actuele situatie. Dat moet in de herberekeningen worden hersteld. Aangezien er positief en negatief werkende wijzigingen zijn, is de verwachting dat ook hieruit geen overschrijdingen van de toegestane geluidsbelastingen zullen volgen. Als dat toch het geval blijkt te zijn, zullen maatregelen worden getroffen.
Piepen in bochten
Trams veroorzaken in (krappe) bochten piepgeluiden. Deze worden vooral veroorzaakt doordat wielen door middel van de starre as met elkaar zijn verbonden, terwijl de af te leggen ‘weg’ van het wiel aan de buitenkant van een bocht veel groter is dan die van het wiel aan de binnenkant. Dit leidt tot fricties tussen wiel en rail. Dit veroorzaakt afhankelijk van de weersomstandigheden piepgeluiden. Deze zijn erger naarmate de vochtigheid laag is. Een middel om piepen te bestrijden is het smeren van de rails of de wielen van het voertuig of beide. Water op de rails spuiten heeft net als regen het ffect dat de piepgeluiden afnemen. Aangezien krappe bogen bijna uitsluitend in de stad voorkomen, doet zich daar ook de overlast voor. Eén van de ergste plekken met overlast is de bocht Laan van Meerdervoort/Waldeck Pyrmondkade, omdat daar de rapste boog in het RandstadRailnet ligt. HTM is op zoek naar de beste oplossing om de piepgeluiden te elimineren.
(Leefbaar)
Bron: 6 maart 2009, Zoetermeernieuws Blogspot
Politici en beleidsmakers blijven maar doen alsof geluidsoverlast bij nieuwe trams niet voorkomt. Dat zijn dus gewoon leugens. Na de aanleg is er geen controle of de aannames met betrekking tot overlast juist waren en de bewoners en passagiers zitten met een tram die nog oncomfortabeler is dan de oude paardentram. Vaak zijn goede oplossingen onbetaalbaar en blijft de overlast jarenlang voortduren. Door rails te slijpen (wat ook een dure aangelegenheid is) tracht men het probleem iets te verlichten, maar dat is een druppel op een gloeiende plaat. Vaak tracht men de rails me vet te smeren, maar dit zijn slechts kortdurende oplossingen.